17 juni 2026 · 7 minuten lezen · Redactie Sportmedischnetwerk
Padel verovert Nederland, de elleboog betaalt de rekening
Padel kent een explosieve groei in Nederland, maar met de populariteit nemen ook de armklachten toe, met name rond elleboog en pols.

Padel is in korte tijd uitgegroeid tot een van de snelst groeiende racketsporten van Nederland. Deze nieuwe rage zorgt echter ook voor een toename van overbelastingsklachten, vooral aan de elleboog en pols, wat vragen oproept over blessurepreventie en doorverwijzing.
Padel in opmars: populariteit en karakteristieken
Sinds enkele jaren is padel niet meer weg te denken uit het Nederlandse sportlandschap. Waar tennis- en squashbanen plaatsmaken voor padelkooien, zien sportartsen en fysiotherapeuten een veranderend blessureprofiel. Padel combineert elementen van tennis en squash, maar kent een aantal unieke spelregels en technische aspecten. Het gebruik van een kleiner, compact racket zonder snaren en het spelen met glazen wanden zorgen voor een dynamisch en snel spel waarin wendbaarheid en korte reflexen centraal staan.
Het terrein is relatief klein en punten duren gemiddeld langer dan bij tennis. Padel kent veel snelle, explosieve slagen waarbij de bal vaak met hoge snelheid via de wand wordt teruggespeeld. Dit resulteert in een andere manier van belasten dan bij traditionele racketsporten.
Biomechanica van de padelslag: belasting op arm en pols
De kenmerkende padelslag vraagt om een afwijkend bewegingspatroon ten opzichte van tennis. In padel wordt de bal vaak vanaf schouder- of heuphoogte geraakt, veelal met minder topspin en meer slice of platte slagen. Ook het gebruik van de pols en onderarm verschilt: de compacte swing en kortere zwaai betekent dat vooral de strekspieren van de pols en vingers continu worden aangesproken. Bovendien zijn dropshots, harde volleys en ballen via de zij- of achterwand essentieel in de tactiek, wat de elleboog- en polsklachten kan versterken.
Het ontbreken van snaren in het racket leidt daarnaast tot minder demping van trillingen, waardoor de schokken directer worden doorgegeven aan de onderarm en pols. De relatief zware paddles dragen bij aan een hogere piekbelasting bij verkeerde techniek of onvoldoende voorbereiding.
Elleboog- versus polsklachten: lateraal of mediaal?
Ellobogklachten door padel manifesteren zich het meest als laterale epicondylopathie, in de volksmond bekend als 'tenniselleboog'. Dit is niet verrassend, gezien de toegenomen belasting op de extensoren van de onderarm. Typische klachten zijn lokale drukpijn net boven de buitenkant van de elleboog, vaak verergerd door tegen weerstand strekken van pols of vingers. De incidentie van mediale epicondylopathie, of 'golferselleboog', lijkt in de praktijk minder groot, maar kan ontstaan bij overmatig gebruik van de buigspieren van de pols.
Polsklachten zijn divers en omvatten tendinopathieën, irritatie van het TFCC-complex (triangular fibrocartilage complex) of instabiliteitsklachten. Vooral bij beginnende padelspelers met onvoldoende techniek zien hulpverleners regelmatig acute overbelasting, soms in combinatie met zwelling, stijfheid of onduidelijke pijnklachten aan de polszijde.
Rol van opbouw en preventie: aanbevelingen uit de lijn
Net als bij andere sporten wordt bij padel een geleidelijke opbouw van belasting aanbevolen. Nieuwe spelers worden vaak verleid door de laagdrempelige instap en plezierige spelelementen, waardoor ze al snel te veel uren achter elkaar spelen zonder aandacht voor techniek of herstel. Richtlijnen adviseren om trainingsfrequentie en -duur langzaam te laten toenemen, met aandacht voor core-stabiliteit en specifieke krachttraining van onderarm- en polsspieren.
De keuze van racket en gripmaat, alsmede een goede warming-up, dragen bij aan vermindering van klachten. Voorlichting over de juiste slagtechniek kan beginnende spelers helpen blessures te voorkomen. Binnen sportgeneeskundige en fysiotherapeutische kringen wordt het belang van een goede samenwerking benadrukt voor vroege signalering en interventie.
Wanneer doorverwijzen? Signalering en vervolgstappen
Bij aanhoudende of recidiverende arm- of polsklachten na enkele weken rust en aanpassing van belasting, is verwijzing naar de (sport)arts of fysiotherapeut geïndiceerd. Ook bij duidelijke zwelling, functieverlies of nachtelijke pijn is alertheid geboden op meer dan een eenvoudige overbelasting.
De rol van echografie en aanvullende beeldvorming is beperkt tot gevallen waarbij een andere diagnose wordt vermoed of behandeling uitblijft. In multidisciplinaire richtlijnen wordt samengewerkt tussen sportarts, huisarts, fysiotherapeut en indien nodig orthopedisch chirurg. Het doel is tijdige diagnostiek, gericht advies en voorkomen van langdurige uitval.
Zelf last van een blessure, of zoek je een collega?



