12 augustus 2026 · 7 minuten lezen · Redactie Sportmedischnetwerk
De seizoensstart: het gevaarlijkste moment van het sportjaar
Waarom juist de eerste trainingsweken na de zomerstop extra aandacht voor blessurepreventie vragen.

Het begin van het teamsportseizoen luidt een periode in waarin zowel amateurs als professionals opvallend vaak geblesseerd raken. De plotselinge overgang van relatieve rust naar intensieve belasting vormt het decor voor een jaarlijks terugkerende blessuregolf. Wat weten we over deze kwetsbare weken en hoe kunnen trainers en behandelaars hierop anticiperen?
De seizoensstart als risicovenster
Epidemiologisch onderzoek laat consistent zien dat in de eerste twee tot vier weken van elk sportseizoen het blessurerisico significant verhoogd is, vooral in teamsporten zoals voetbal, hockey en basketbal. In deze fase keren sporters vaak terug van een zomerperiode met minder (gestructureerde) sportactiviteiten. Zelfs bij sporters die in de zomer actief blijven, zijn de aard, duur en intensiteit van beweging vaak niet hetzelfde als in reguliere trainingen of wedstrijden.
Deze 'seizoensstartpiek' betreft vooral spierblessures aan de hamstrings, liezen en kuiten. Ook verstuikingen en peesblessures komen in deze tijd relatief vaker voor. Het risico lijkt het grootst bij atleten die geheel of gedeeltelijk afgeweken zijn van het gebruikelijke trainingspatroon. Dit geldt voor zowel jeugd- als volwassen sporters, en op élk niveau. De plotselinge toename van trainingsfrequentie en -intensiteit blijkt een cruciale factor.
Verlies van belastbaarheid tijdens de zomerstop
Gedurende de zomerstop verandert het belasting-belastbaarheidsprofiel van sporters snel. Spierkracht, coördinatie en anaerobe capaciteit nemen al binnen enkele weken van inactiviteit af. Studies tonen aan dat, afhankelijk van het type en de duur van de rustperiode, spieruithoudingsvermogen en pees-stijfheid merkbaar kunnen dalen. Daarnaast daalt de motorische scherpte: het brein is even ‘uit het ritme’ van snelle en complexe bewegingspatronen.
Bij de terugkeer naar training wordt het lichaam vaak plotseling weer blootgesteld aan piekbelastingen, vaak zonder (voldoende) heropbouwfase. De connectie tussen centrale aansturing en perifere spierpreparatie verloopt dan minder soepel, waardoor de kans op misbewegingen en overbelasting stijgt.
Screening: kansen en grenzen
Het idee leeft dat een medische of functionele screening vóór seizoenstart de blessurepiek kan afremmen. In de praktijk blijkt gerichte anamnese en het in kaart brengen van eerdere blessures waardevol, met name om sporters met een verhoogd risico te identificeren. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om sporters die al eerder spier- of peesletsels opliepen, of die signalen van (dreigende) overbelasting aangeven.
Screenings op kracht, lenigheid of stabiliteit leveren niet altijd voorspellende waarde op. Ook geavanceerde testen, zoals spronganalyses of balanstesten, kunnen de individuele blessurekans slechts gedeeltelijk verklaren. Wetenschappelijk consensus is dat vooral monitoring van individuele belasting, herstel en het registeren van eerdere blessuregeschiedenis belangrijke aangrijpingspunten zijn. Tot slot: actieve communicatie tussen sporter, trainer en medisch begeleider over klachten blijft cruciaal.
Praktische adviezen voor trainers en behandelaars
De belangrijkste preventiestrategie is een geleidelijke trainingsopbouw tijdens de eerste weken. Dit behelst het spreiden van intensiteit, duur en het soort oefenstof zodat aanpassing van weefsels mogelijk wordt en central drive langzaam op het oude niveau komt. Trainers kunnen gebruikmaken van periodisering, met een geplande en gecontroleerde progressie in zowel belastbaarheid als complexiteit van de oefeningen.
Het toepassen van neuromusculaire warming-up programma’s is aanbevolen, zeker bij jeugdteams, en vermindert aantoonbaar het risico op spier- en bandletsels. Daarnaast verdient individuele differentiatie aandacht: niet elke speler keert met dezelfde fitheid terug. Het inventariseren van eventuele resterende klachten, of gebruik maken van simpele vragenlijsten naar het subjectief herstel, kan blessures voorkomen. Ook mogen trainers rust en hersteltijd niet onderschatten; trainingen direct na een vakantieperiode vragen om meer pauzes en minder herhaaldelijke maximale inzet.
Het nut van ketensamenwerking
Juist in deze gevoelige weken vraagt blessurepreventie om samenwerking tussen trainers, fysiotherapeuten en sportartsen. Gezamenlijke evaluatie na de eerste trainingen, open communicatie over individuele herstelstatus en tijdige signalering van overbelasting bieden kansen om acute blessures te voorkomen. De seizoensstart is daarmee niet alleen een fysiek, maar vooral ook een organisatorisch risicomoment. Door kennis te delen binnen het sportmedische netwerk, kan iedere schakel bijdragen aan een gezondere overgang naar het nieuwe sportjaar.
Zelf last van een blessure, of zoek je een collega?



