Sportmedischnetwerk.nl
In gewone taalVoor professionals

Schouder

SLAP-letsel (scheur bovenin de schouderkom)

Ook bekend als: SLAP laesie, letsel van het superieure labrum, letsel van het bicepsanker

Bij een SLAP-letsel is de bovenrand van het labrum beschadigd, de kraakbeenring rond je schouderkom waar ook de bicepspees vastzit. Het komt vooral voor bij werpers. De eerste behandeling is zonder operatie, met rust en fysiotherapie.

Wat is het?

Rond je schouderkom zit een ring van stevig weefsel: het labrum. Aan de bovenkant van deze ring zit ook de pees van je biceps vast, het zogenaamde bicepsanker. Een scheur in dit bovenste deel van het labrum heet een SLAP-letsel. SLAP-letsels komen vaker voor bij werpers met een stijve achterkant van de schouder (het GIRD-fenomeen). Door de vele werpbewegingen veranderen de krachten op het bicepsanker, waardoor het labrum langzaam kan loslaten. Een SLAP-letsel kan ook plotseling ontstaan door een ongeval. Er bestaan verschillende typen. Bij werpers komt het type het meest voor waarbij het bicepsanker loszit.

Hoe herken je het?

  • Pijn in je schouder tijdens het werpen.
  • Werpen gaat minder goed: je verliest kracht of precisie.
  • De klachten ontstaan vaak geleidelijk door veel werpen, maar soms plotseling na een ongeval.
  • De diagnose is lastig te stellen met alleen lichamelijk onderzoek. Meestal is een MRI-scan met contrastvloeistof nodig.

Wat kun je zelf doen?

  • Vermijd tijdelijk de bewegingen die de pijn uitlokken, vooral werpen.
  • Heb je veel pijn? Overleg dan met je huisarts of apotheker over pijnstilling.
  • Start pas weer met werpen als de pijn duidelijk minder is, het liefst onder begeleiding.
  • Houden de klachten aan? Maak dan een afspraak met een zorgverlener.

Wanneer ga je naar wie?

huisarts

Voor een eerste beoordeling van je klachten en een verwijzing als dat nodig is.

sportarts

Bij aanhoudende pijn of verminderde prestaties tijdens het werpen. De sportarts kan onderzoek laten doen, zoals röntgenfoto's en een MRI-scan.

Vind een sportarts in de buurt

(sport)fysiotherapeut

Voor de oefenbehandeling: het oprekken van het achterste gewrichtskapsel en het versterken van de schouderpezen en de spieren rond je schouderblad.

Vind een (sport)fysiotherapeut in de buurt

orthopedisch chirurg

Als de behandeling zonder operatie na 3 maanden niet helpt en een kijkoperatie wordt overwogen.

Vind een orthopedisch chirurg in de buurt

Hoe wordt het behandeld?

De eerste behandeling is zonder operatie. Je begint met rust en vermijdt de bewegingen die de pijn uitlokken. Wordt de pijn minder, dan start fysiotherapie. Die richt zich op het oprekken van het achterste gewrichtskapsel en op het versterken van de schouderpezen en de schouderbladspieren. Helpt dit na 3 maanden niet, dan kan een kijkoperatie worden geadviseerd. Wat er tijdens de operatie gebeurt, hangt af van het type letsel. Meestal maakt de chirurg beschadigd en los weefsel schoon en zet zo nodig het labrum of het bicepsanker weer vast.

Herstel en weer sporten

Met behandeling zonder operatie keert ongeveer 67 procent van de sporters terug op het oude sportniveau. Na een operatie verschilt dat per groep: van 63 procent bij werpers op topniveau tot 95 procent in andere groepen.

Na een operatie draag je de eerste 3 tot 4 weken een draagband (sling). Na een week begin je met voorzichtige bewegingsoefeningen. Krachtoefeningen tegen weerstand starten 6 tot 12 weken na de operatie. Een werpprogramma begint na ongeveer 4 maanden, en volledig werpen in je sport kan na 6 tot 9 maanden. Blijf ook daarna werken aan je werptechniek en aan het soepel houden van de achterkant van je schouder, om nieuwe klachten te voorkomen.

Neem direct contact op met een arts als:

  • Je krijgt na een val of ongeval plotseling hevige pijn en kunt je arm bijna niet meer bewegen.
  • Je arm of hand voelt doof, tintelt of wordt bleek of koud.
  • Je schouder is warm, rood en gezwollen en je hebt ook koorts.

Deze pagina geeft algemene informatie en vervangt geen onderzoek of advies van een zorgverlener. Twijfel je, of houden je klachten aan? Neem dan contact op met je huisarts, fysiotherapeut of sportarts.